digitale gezondheidszorg

Uitdagingen voor digitale gezondheidszorg

 

De “revolutie” in de digitale gezondheidszorg lijkt in volle gang te zijn. Volgens een recent onderzoek is de overgrote meerderheid van de artsen van mening dat het gebruik van digitale gezondheidstools hen beter in staat zal stellen voor hun patiënten te zorgen.

Zal digitale gezondheidszorg een revolutie teweegbrengen in de medische zorg?

 

De belangrijkste eis van nieuwe digitale hulpmiddelen – waaronder telegeneeskunde/telehealth, monitoring op afstand, apps voor mobiele gezondheid (mHealth) en wearables zoals activity trackers – is dat ze artsen moeten helpen met hun huidige praktijken, in plaats van deze radicaal te veranderen.

 

Waarom zijn sommige zorgverleners ontgoocheld over de ontwikkeling van digitale gezondheidszorg en het gebruik ervan in de dagelijkse klinische praktijk? Vinden ze het gebaseerd op weinig of geen bewijs?

 

Enthousiasme getemperd omdat verwachtingen niet worden ingelost

Dit kan te maken hebben met klachten dat deze producten in de praktijk niet de belofte hebben waargemaakt. De beloftes dat ze zullen leiden tot betere zorgkwaliteit  en tot lagere kosten bij het beheer van chronische ziekten.

Zo hebben draagbare sensoren voor het monitoren van patiënten met chronische ziekten in de praktijk minder ingang gevonden dan verwacht. Deze apparaten zenden via de smartphone of tablet van de patiënt real-time gegevens naar de zorgverstrekker en in studies is het gebruik ervan in verband gebracht met verbeteringen in een verscheidenheid van resultaten, van levenskwaliteit tot verbeterde overleving.

Tot voor kort was het echter moeilijk om deze bevindingen te dupliceren in de klinische praktijk. Sommige studies meldden zelfs verhoogde kosten, helemaal geen impact, of zelfs schade.

Artsen zeggen ook dat ze hebben gemerkt dat het beheren van de gegevens en het opnemen ervan in de klinische praktijk een aanzienlijke uitdaging vormt. Ze worden ook geconfronteerd met patiënten die hun eigen apps en sensoren gebruiken – veel daarvan zijn niet getest of onbewezen.

Van ineffectieve elektronische gezondheidsdossiers, tot een explosie van direct-to-consumer digitale gezondheidsproducten, tot apps van gemengde kwaliteit.

Meer en meer zien we digitale hulpmiddelen in de geneeskunde die, in tegenstelling tot digitale hulpmiddelen in andere industrieën, de zorgverlening minder of alvast niet meer efficiënt maken.

 

Techindustrie en zorgsector niet op één lijn

 

De teleurstelling over digitale gezondheidszorg wordt in toenemende mate in verband gebracht met een culturele barrière die bestaat tussen de technologie-ondernemers, investeerders, ontwikkelaars, en praktiserende artsen. De ontwikkeling van de technologie toont een duidelijk gebrek aan focus op de plaats waar de gezondheidszorg plaatsvindt.

De belangrijkste reden hiervoor is wellicht het gebrek aan betrokkenheid van medische professionals bij de ontwikkeling van sommige digitale hulpmiddelen.

Helaas is er vaak een kritische blik van een arts nodig om te beoordelen of er een geloofwaardig niveau van bewijs is voor een app of dat het gewoon een hoop hocus pocus is.

 

Een overvloed aan apps in de digitale gezondheidszorg

 

Critici zeggen dat als gevolg van het niet nadenken over wat het meest waardevol kan zijn voor artsen, veel bestaande digitale tools “gezondheidskwesties aanpakken op versnipperde en lukrake manieren.”

Veel apps richten zich op een enkele ziekte, terwijl patiënten met de grootste behoefte meerdere chronische aandoeningen hebben. Een senior met meerdere chronische aandoeningen zou kunnen eindigen met 20 verschillende apps op zijn telefoon, in de overtuiging dat deze allemaal hun nut hebben.

Apps voor het beheer van chronische ziekten zijn vooral gericht op diabetes, obesitas, hypertensie, depressie, bipolaire stoornis en chronische hartaandoeningen, maar kwalitatief hoogwaardige apps voor gebruik bij andere chronische aandoeningen, zoals reumatoïde artritis en pijn, ontbreken.

 


product zoeken

 

Bewijsbasis ontbreekt voor veel digitale gezondheidshulpmiddelen

 

Voor veel van de nieuwe digitale gezondheidstechnologie, met name mHealth-apps, ontbreekt het aan een bewijsbasis. Commercieel succesvolle apps hebben niet noodzakelijk medische waarde voor artsen om toe te passen in de besluitvorming voor de evaluatie van de patiënt, diagnose, behandeling, of andere opties. Om deze reden zijn veel artsen terughoudend met het gebruik ervan.

Digitale gezondheidsproducten die in klinische proeven indrukwekkende resultaten laten zien, worden vaak niet in de klinische praktijk ingevoerd. Dit komt omdat klinische proeven worden uitgevoerd in zeer gecontroleerde omgevingen, die gebruik maken van hulpmiddelen zoals training, nauwgezette monitoring en betalingen om ervoor te zorgen dat patiënten de technologieën op de juiste manier gebruiken. Dit gebeurt echter zelden “in de echte wereld”.

Digitale gezondheidsproducten die zijn ontworpen voor de preventie of behandeling van chronische ziekten doen dat meestal door het gedrag van patiënten te veranderen. Om succesvol te zijn, moeten patiënten zeer gemotiveerd zijn. Digitale bedrijven zouden zich meer moeten richten op de betrokkenheid van patiënten

 

Meer connectiviteit in de digitale gezondheidszorg

 

Een groot probleem voor de huidige praktijk is dat veel digitale gezondheidstools niet met elkaar verbonden zijn. Interoperabiliteit – dat wil zeggen dat systemen en apparaten gegevens uitwisselen en de gedeelde gegevens interpreteren – blijft daardoor grotendeels onbereikbaar. Integratie van nieuwe technologieën is erg belangrijk, met name de ontwikkeling van technologieën die gemakkelijker in de elektronische gezondheidsdossiers kunnen worden opgenomen (de zogenaamde “Plug and Play”).

Dusdanig dat het allemaal zichtbaar wordt voor het hele gezondheidsteam, zodat iedereen erop kan inloggen en het allemaal op één plek staat. Op dit moment creëren de meeste van de apps hun eigen platform met hun eigen set van log-ins en hun eigen beveiligingsproblemen en waarschuwingsproblemen. Connectiviteit is een belangrijk punt voor de toekomst omdat dat vaak is wat weerhoudt om sommige van deze digitale gezondheidsoplossingen te gebruiken.

 

Meer klinische richtlijnen nodig in de digitale gezondheidszorg

 

Hoe zullen artsen in de toekomst in staat zijn om de meest geschikte technologieën voor hun praktijk te kiezen? Misschien zullen onafhankelijke organisaties in samenwerking met praktiserende artsen apps testen en online aanbevelingen doen. Een suggestie is dat medische beroepsverenigingen “labels” voor apps produceren, waarin de kenmerken van en waarschuwingen voor elke app voor zowel patiënten als artsen worden vermeld.

(14)